|








|
Sherry en Port
Sherry (ook: xeres of xereswijn) is een Spaanse wijnsoort
die in onze contreien vooral als aperitief gekend is. De sherry is afkomstig uit
de streek van Jerez de la Frontera in het uiterste zuiden van Andalusië. Alleen
wijn uit deze steek mag zich sherry noemen. Sherry is overigens de Engelse
uitspraak van Jerez.
Er zijn vier types sherry:
• Fino: een droge en lichtgele soort met een nootachtige
smaak. Soms ook "Dry" genoemd. Tijdens de rijping van deze fino sherry ontstaat
in het rijpingsvat een schimmellaag die boven op de wijn drijft. Deze schimmel
wordt ook "flor" genoemd.
• Manzanilla: de helderste en droogste van de vier. Vaak
iets bitterder van smaak.
• Amontillado: amberkleurige sherry met een zacht aroma.
Deze sherry-soort is genoemd de montilla, een wijn die niet in Jerez wordt
verbouwd.
• Oloroso: de zoetere versie met een donkere kleur, vaak als
dessertwijn gedronken. Amontillado en Oloroso kunnen enkele jaren liggend
bewaard worden.
Buiten allen, hiervoor genoemde soorten, spreekt meestal tot de verbeelding,
de mierzoete Pedro-Ximénez. Pedro-Ximénez, ook wel genoemd PX, is een witte
druif, die hoofdzakelijk wordt verbouwd in de Andalusisch gebieden Montilla,
Málaga en Jerez. Komt ook voor in Valencia en Extremadura.
Normaal produceert hij zoete versterkte wijnen van druiven die in de zon
gedroogd worden, maar ook licht "knapperige" wijnen als ze zijn toen vroeg
genoeg gevinifieerd zijn. Pedro-Ximénez is beroemd vanwege zijn zoete wijnen van
uitstekende kwaliteit, die een fruitig aroma van vijgen en noten hebben, wat
bereikt wordt door de druiven in de zon te drogen en door de lange tijd die de
wijn in vaten doorbrengt. De druif werd vroeger in Jerez gebruikt omdat hij
zoetheid toevoegt aan sherry. Ook werd hij als pure PX wel gebruikt en gaf dan
een zoete dessertsherry, donker van kleur.
Mooi verhaal over de naam: men zegt dat hij door een Spaanse soldaat met
dezelfde naam uit Nederland (om precies te zijn de Rijn-streek) is meegenomen in
de 17e eeuw.
Port
Vintage-port is niet zomaar een port, maar een rode port van een bijzonder
goed oogstjaar, afkomstig van de beste wijngaarden. Hij staat aan de top van de
porthiërarchie.
De portexpeditiebedrijven of de eigenaren van de quinta’s kunnen
aangeven of hun port tot een Vintage-port uitgeroepen wordt, maar de
uiteindelijke beslissing wordt genomen door het Port Instituut in Porto. In de
praktijk blijkt dat gemiddeld één keer in de drie jaar een port het predikaat
Vintage krijgt. Vintage-port moet gebotteld worden tussen 1 juli van het tweede
jaar en 30 juni van het derde jaar na de oogst, waarna het rijpingsproces nog
tientallen jaren in beslag neemt. Jonge Vintage-port is dieppaars van kleur,
heeft veel tannines (verschillende stoffen, afkomstig uit de druivenschillen,
die een stroeve sentatie op de tong veroorzaken en die zeer belangrijk zijn voor
de houdbaarheid) en is krachtig en fruitig van smaak. Dat fruitige verdwijnt met
de jaren, de kleur verandert naar licht paarsrood, de tannine wordt bitter en
pas na zo’n 20 jaar in de lodges bereikt de wijn zijn hoogtepunt.
Het grootste gedeelte van de geproduceerde port is de gewone
ruby, de witte port en de
tawny. Ruby is een redelijk volle wijn, die geblend is met
betrekkelijk jonge wijnen. Het heeft een rijke kleur, is fruitig en zoet. Witte
port wordt, zoals de naam al aangeeft, gemaakt van witte druiven. In
tegenstelling tot de andere ports ondergaan de witte de volledige gisting,
voordat de wijnbrandewijn wordt toegevoegd. Vroeger waren de witte ports zoet of
zelfs heel zoet zonder de finesse van de rode ports. Later heeft men dan ook
droge witte ports geïntroduceerd. De tawny-port is ook een blending van
verschillende oogsten van verschillende jaren.
Portwijn kan op twee manieren rijpen, namelijk op hout of in de fles. Als de
wijn op hout rijpt dan moet het dikwijls overgegoten worden in andere vaten en
wordt er - indien nodig - een jongere wijn aan toegevoegd. Tijdens het rijpen
zijn een paar factoren heel belangrijk: de kwaliteit van de oogst, het onderhoud
van de vaten, het luchten van de wijn tijdens het wijnverlaten (wijn uit het ene
vat in het andere laten lopen), het compenseren van de geëvaporeerde alcohol en
de ‘refresco’ van de portwijn. ‘Refresco’ is de toevoeging van een klein
percentage jonge wijn. De karakteristiek die het meest verandert tijdens het
rijpen op hout is de kleur. Bij rode wijnen wordt de kleur geleidelijk zachter
en bij witte wijnen gebeurt het tegenovergestelde: deze worden donkerder van
kleur.
De soorten port
De White Port of witte port, wordt uitsluitend van witte
druiven gemaakt.
De Ruby Port of rode port.
De Tawny port. Dit is een mengeling (= een blend) van ports van
verschillende oogstjaren, maar heeft als voornaamste kenmerk dat hij meerdere
jaren in vaten gerijpt heeft, wat zijn typische tawny kleur geeft. Bij
goedkope tawny Ports, kan de tawny kleur verkregen worden door een mengeling van
rode en witte Port.
Bij de Aged Tawny staat op de fles het aantal jaren (10, 20 jaar) dat
de port in vaten gerijpt heeft, waardoor de typische tawny-kleur ontstaat. Omdat
het hier om een mengeling van ports gaat, is de leeftijd die op de fles
aangegeven is, de gemiddelde leeftijd van de blend.
De Vintage Character
De Late Bottled Vintage Port is een mengeling van ports van één enkel
jaar. Ze rijpen tussen 4 en 6 jaar in eikenhouten vaten en worden dan gebotteld.
De meeste zijn dan rijp om gedronken te worden. Het etiket moet altijd het
oogstjaar en het jaar van botteling vermelden.
De Garrafeiraport is eveneens een mengeling van ports van één enkel
jaar. Na een korte rijpingsperiode in houten vaten worden ze overgebracht in
grote glazen vaten waarin ze gedurende 20, 30 tot 40 jaar traag verder rijpen.
In de loop der jaren wordt er een bezinksel gevormd dat decanteren nodig maakt
voordat de port voor consumptie in flessen van 75cc overgegoten worden.
De Colheitaport. Deze port bestaat uit de oogst van één enkel jaar.
Hij moet minstens zeven jaar in een houten vat gerijpt hebben. Hij is tawny van
kleur en is onmiddellijk op dronk (=klaar om gedronken te worden). Het oogstjaar
en het aantal jaren dat de port in het vat gerijpt heeft worden op de fles
vermeld.
De Crusted Port bestaat uit een mengeling van ports van verschillende
jaren die 3 à 4 jaar in vaten gerijpt hebben en die ongefilterd gebotteld worden
waardoor er zich een bezinksel, de zogenaamde crust, vormt. De port moet
gedecanteerd worden voor hij voor consumptie geschikt is.
De Vintage Port. Dit kwaliteitslabel wordt enkel gegeven wanneer de
Port een uitstekende kwaliteit heeft. Het komt ongeveer 3 maal in tien jaren
voor. Deze kwaliteit kan slechts bereikt worden wanneer het weer uitzonderlijk
gunstig geweest is voor de druiven. Er moet een heel koude winter geweest zijn,
gevolgd door een warme en droge lente en tenslotte moet er een hete zomer
geweest zijn. Aangezien de klimatologische invloeden voor heel de streek
dezelfde zijn, zullen bijna alle ports in dat jaar dit label meekrijgen. Het
label wordt uitgereikt door het IVP (=Instituto do Vinho do
Porto). De Vintage Ports worden hoogstens 3 jaar in eikenhouten vaten
bewaard. Ze worden dan zodanig gebotteld dat ze dan traag verder op fles kunnen
rijpen. Zo kunnen ze tot 40 jaar lang bewaard worden. Aangezien de Vintage
Port lang en traag op fles rijpt, wordt er in de loop der jaren een
bezinksel gevormd dat het decanteren (meestal in een glazen karaf) nodig maakt,
om de port van zijn depot te scheiden. Het etiket moet hier ook altijd het
oogstjaar en het jaar van botteling vermelden.
De Single Quinta Vintage Port. Dit is een Vintage Port die van
één enkele wijngaard afkomstig is. De wijngaard vanwaar hij afkomstig is moet op
de fles vermeld staan. Deze Single Quinta Vintage Ports kunnen in jaren
voorkomen die niet als vintage-jaren gezien worden. Wanneer een producent meent
dat zijn Quinta een port van uitzonderlijke kwaliteit geleverd heeft kan hij
deze voorleggen aan het IVP (=Instituto do Vinho do Porto) dat dan al dan
niet het vintage label zal toekennen. Ook hier vermeldt het etiket het oogstjaar
en het jaar van botteling.
Bron: Kwint / Wikipedia
| |